Home › Veenendaal › Amendement
Consultatie Uitvoering amendement één cultuurbedrijf
Aangenomeni Uitslag automatisch bepaald uit documenttekst
| Type | amendement |
| Gemeente | Veenendaal |
| Datum | 2025-05-15 |
| Dataniveau | Verrijkt via AI |
| Bron | Download brondocument → |
Document
Geextraheerde tekst
RAADSCONSULTATIE MEMO
2234791
Zaaknummer
Uitvoering amendement één cultuurbedrijf
Onderwerp
De gemeenteraad
Aan
MO - Beleid
Kopie aan
College van burgemeester en
Van
wethouders
MO - Beleid
Team
Lisa van Geldorp
Behandelaar
+31318538540
Telefoonnummer
1 april 2025
Datum collegevergadering
Doel
Het college wil de raad consulteren over de richting die het college wil inslaan in de uitvoering van het
amendement één cultuurbedrijf.
Inleiding
Op 9 juli 2024 is het amendement ‘één cultuurbedrijf’ (A2024.57) aangenomen door de
gemeenteraad, welke het college verzoekt om:
a) Per 1 januari 2026 nog maar aan één (overkoepelende) Veenendaalse professionele culturele
organisatie subsidie te verlenen voor het cultureel aanbod en programmering;
b) Bij het aangaan van de subsidierelatie voorwaarden te stellen om gezamenlijk met de
cultuursector te komen tot één Centraal Veenendaals Cultuurbedrijf per uiterlijk 1 januari
2028, alsmede aangescherpte (financiële) KPI's;
c) Daartoe een plan voor te leggen op basis van gezamenlijk inbreng en deze Q1 2025 aan de
raad met daarin een plan van aanpak inclusief (frictie)kosten voor te leggen;
d) Het gehele transitieproces te monitoren en waar nodig te begeleiden.
Het college heeft op 18 oktober 2024, via raadsinformatiebrief RIB2024.105, de raad geïnformeerd
over de processtappen die het college op dat moment voor ogen had. Eén onderdeel daarvan was de
beeldvormende avond die plaats heeft gevonden op 26 november 2024. Deze beeldvormende avond
had als doel om op te halen welke beelden de raad heeft bij één cultuurbedrijf. Op deze avond bleek
dat er uiteenlopende beelden leefden bij de verschillende fracties en dat het goed zou zijn om een
raadsconsultatie als extra stap in te bouwen
Ter voorbereiding op de raadsconsultatie is door een extern adviesbureau met ervaring in het
adviseren in de totstandkoming van multifunctionele organisaties, een brede inventarisatie gemaakt
van mogelijke samenwerkingsmodellen van een cultuurbedrijf (hierna ‘scenario’s’). In deze
inventarisatie zijn de kansen, risico’s, juridische- en financiële implicaties uitgewerkt per scenario (zie
bijlage 1). Ook heeft deze externe partij individuele- en groepsgesprekken met de culturele partijen
gevoerd. De bevindingen, tezamen met input vanuit het culturele veld, hebben geleid tot een advies
over welk scenario het onderzoeksbureau het meest kansrijk acht om te realiseren binnen de door de
raad gestelde termijn (uiterlijk 1 januari 2028).
Het college heeft mede op basis van de bevindingen- en het advies van het onderzoeksbureau - een
afweging gemaakt van hoe hij de uitvoering van het amendement het meest opportuun en adequaat
Pagina 1 van 6
Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Uitvoering amendement één cultuurbedrijf
Zaaknummer 2234791
acht. Hieronder volgt een beknopte beschrijving van de drie scenario’s. Vervolgens wordt uiteengezet
welke afwegingen het college heeft gemaakt om te komen tot een voorkeursscenario.
Samenwerkingsscenario’s één cultuurbedrijf
Onderstaande tabel geeft een overzicht van de kenmerken van de drie verschillende
samenwerkingsscenario’s voor de ontwikkeling van een cultuurbedrijf in Veenendaal (pagina 16-21 en
34-40 van het onderzoeksrapport1). De scenario’s verschillen van elkaar met name in de gradatie van
bestuurlijke samenwerking en de mate van integratie. Dit is uitgedrukt aan de hand van ‘traptreden’
van de zogeheten ‘samenwerkingsladder’ (pagina 16). Het rapport bevat een uitvoerige analyse van
de kansen, uitdagingen en risico’s op inhoudelijk (aanbod), juridisch en financieel vlak, welke de basis
vormt van de afwegingen die het college heeft gemaakt bij het benoemen van een voorkeursscenario
passend bij de context van de gemeente Veenendaal.
Scenario 1 Scenario 2 Scenario 3
Samenwerkings Samenwerking in de Bestuurlijke fusie Juridische fusie
model backoffice
Niveau Niveau 4 Niveau 5 Niveau 6
samenwerkingsl ‘samen werken’ ‘samen sturen’ ‘samen zijn’
adder
Beschrijving De professionele culturele De culturele instellingen Een volledige integratie
scenario organisaties blijven blijven juridisch zelfstandig, van verschillende culturele
zelfstandig functioneren, maar werken intensief partijen in één juridische
maar de samenwerking samen doordat er sprake is entiteit met één
wordt geleidelijk versterkt van één centrale aansturing. gezamenlijke topstructuur
via een coöperatief model Eén directie met één RvT die de organisatie bestuurt.
en via stuurt de activiteiten aan en Binnen deze entiteit
samenwerkingsafspraken. is verantwoordelijk voor de kunnen verschillende
Er wordt een gezamenlijke exploitatie en de strategische thema-afdelingen worden
backoffice ingericht voor coördinatie. gevormd, zoals
ondersteunende diensten. podiumkunsten, erfgoed en
Hierdoor kunnen kosten educatie.
worden bespaard zonder
dat de organisaties hun
identiteit verliezen
Doorlooptijd 2-3 jaar 3-5 jaar 5-7 jaar
Welke cult. De professionele culturele Ten minste de G3 (theater, Ten minste de G3
partijen organisaties (bibliotheek, bibliotheek en de
muziekschool, theater, muziekschool), G2
Vlow0318, Stadsmuseum (bibliotheek en muziekschool
en het Ontmoetingshuis). mogelijk versneld).
Geschatte Tussen € 165.000,- en Tussen € 290.000,- en Tussen € 350.000,- en €
implementatieko € 250.000,- € 400.000,- 450.0002
sten (exclusief
eventuele
frictiekosten)
Voorkeursscenario college
Het college geeft de voorkeur voor het realiseren van scenario 2 ‘bestuurlijke fusie’ met als eerste stap
op de korte termijn scenario 1 ‘samenwerking in de backoffice’. Deze gefaseerde aanpak lijkt het
college het meest opportuun om: de genoemde opbrengsten van het beoogde cultuurbedrijf (zoals
vermeld onder ‘overwegende dat’ in het amendement) tijdig te realiseren, de culturele partijen hierin
goed te kunnen begeleiden en daarmee een duurzaam en toekomstbestendig cultuurbedrijf te
realiseren. Omdat in de uitvoering wordt gestart met scenario 1, wordt dit scenario hieronder als
eerste benoemd en onderbouwd. Vervolgens is scenario 2, het voorkeursscenario, toegelicht.
1 Om de leesbaarheid van deze consultatiememo te borgen is ervoor gekozen om de inhoud uit het
onderzoeksrapport zo min mogelijk te herhalen en in de tekst te verwijzen naar de paginanummers uit
het rapport (bijlage 1)
2 Van scenario 3 zijn alleen de implementatiekosten van de eerste twee fasen (initiatie- en
ontwikkelingsfase) in beeld gebracht, omdat hetgeen daar op volgt per jaar afhankelijk is van de
schaal en de ambities. De werkelijke implementatiekosten van scenario 3 zijn hoger.
Pagina 2 van 6
Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Uitvoering amendement één cultuurbedrijf
Zaaknummer 2234791
Scenario 1 ‘samenwerking in de backoffice’
Het college beschouwt Scenario 1 ‘samenwerking in de backoffice’ als eerste stap. In dit scenario
blijven de professionele culturele organisaties3 weliswaar zelfstandige organisaties, maar worden zij
gestimuleerd om hun krachten te bundelen in hun backoffice via een coöperatief model en via
samenwerkingsafspraken (pagina 18). Er wordt een gezamenlijke backoffice ingericht waarbij
diensten als HR, financiën et cetera geïntegreerd worden. Daarnaast zouden in- en aankopen in
gezamenlijkheid kunnen worden uitgevoerd. Bovendien kunnen marketingcampagnes en
ticketmanagement ook samen worden aangepakt om een breder publiek te bereiken en om de
afstemming en integratie van het aanbod en de programmering (verder) te verbeteren.
Deze vorm van samenwerking bevordert de efficiëntie in de bedrijfsvoering en komt het cultureel
aanbod en mogelijk ook het bereik ten goede. Het is overigens niet de verwachting dat dit scenario
een significante kostenbesparing oplevert gezien culturele organisaties al relatief ‘slanke’ organisaties
zijn (pagina 19).
Scenario 1 wordt in het rapport in de eerste plaats ingestoken als een krachtenbundeling van de
backoffice, aangevuld met samenwerkingsafspraken ten behoeve van het cultureel aanbod en de
programmering. Hoewel deze inhoudelijke uitkomst in het rapport niet breed is uitgewerkt, is het voor
het college een belangrijk onderdeel van scenario 1. Het college vindt het belangrijk om naast het
realiseren van de samenwerking in de backoffice, nog meer te gaan sturen op de inhoudelijke
samenwerking tussen de culturele partijen om daarmee het cultureel aanbod en de programmering
verder te vervlechten en te verrijken. Want hoewel de culturele partijen elkaar steeds beter weten te
vinden en er op verschillende fronten al systematisch wordt samengewerkt, vinden we het belangrijk
hier binnen dit transitieproces een extra impuls aan te geven. Bovendien ziet het college hier een
mooie kans liggen in relatie tot de nieuw te ontwikkelen cultuurnota4, waarin we samen met de
culturele partijen de focus voor de uitvoering tot 2030 gaan bepalen.
De keuze voor scenario 1 als eerste stap wordt tevens ondersteund door redenen die betrekking
hebben op de uitvoerbaarheid van het amendement. De doorlooptijd voor het realiseren van scenario
1 wordt geschat op 2-3 jaar (pagina 18, 34 en 35) en is daarmee te realiseren binnen de door de raad
gestelde termijn van uiterlijk 1 januari 2028. Daarnaast kent scenario 1 relatief lage investeringskosten
ten opzichte van de andere scenario’s (zie ook alinea ‘waarom geen scenario 3’) en daarmee ook lage
implementatierisico’s. Doordat er geen wijziging in rechtsvormen hoeft plaats te vinden, zijn er geen
notariële of statutaire wijzigingen nodig en komen er mede daardoor ook geen frictiekosten aan de
uitvoering van dit amendement te pas. In plaats daarvan worden samenwerkingsovereenkomsten
opgesteld waarin afspraken worden vastgelegd over gedeelde diensten, taken en activiteiten.
Kortom, scenario 1 is haalbaar binnen de gegeven tijdspan en passend bij de financiële situatie van
de gemeente Veenendaal.
Tenslotte, omdat in het amendement staat: ‘om gezamenlijk met de cultuursector’ het cultuurbedrijf te
realiseren, heeft het college het draagvlak en commitment van de culturele partijen ook meegenomen
in haar afweging. De culturele partijen hebben scenario 1 als gezamenlijke voorkeursvariant benoemd
(pagina 14). Zij staan welwillend tegenover het verder versterken en intensiveren van hun onderlinge
samenwerking en hebben hier ook goede ideeën over. Dit zijn ideeën die ook het meest aansluiten bij
scenario 1. Het college acht de uitvoering van dit amendement en dus de totstandkoming van een
intensievere samenwerking die het cultureel aanbod ten goede komt, het meest kansrijk wanneer hier
draagvlak voor is. Door de culturele partijen in deze fase juist geen geforceerde fusie op te leggen,
kan in gezamenlijkheid en met de inhoud van de werkprocessen als uitgangspunt op adequate wijze
uitvoering worden gegeven aan het amendement.
Scenario 2 ‘een bestuurlijke fusie’
Scenario 2, een bestuurlijke fusie, ziet het college als het voorkeursscenario. Wanneer het bestuur
van verschillende stichtingen zich samenvoegt (pagina 19) kan dat een extra prikkel tot samenwerking
3 te weten: bibliotheek, Muzen, Theater Lampegiet, Stadsmuseum, Vlow0318 en het Ontmoetingshuis
4 De cultuurnota is de uitwerking van de vastgestelde Cultuurvisie 2022-2030
Pagina 3 van 6
Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Uitvoering amendement één cultuurbedrijf
Zaaknummer 2234791
geven. Bij een bestuurlijke fusie blijven de rechtspersonen ‘onder de motorkap’ zelfstandig, maar
voegt het bestuur en de Raad van Toezicht zich samen. In de context van Veenendaal zou een
bestuurlijk fusie van tenminste de drie grote culturele partijen (G3)5 het meest voor de hand liggend
zijn. Of, op kortere termijn, wellicht de bibliotheek en de muziekschool (G2) omdat deze twee partijen
op inhoud (educatie) raakvlakken hebben en de locaties naast elkaar staan. Desalniettemin wil- en
kan het college in deze fase niet voorbijgaan aan het feit dat de culturele partijen zelfstandige
rechtspersonen zijn en dat zij daardoor autonoom zijn in het bepalen hoe zij zich organiseren.
Bovendien wordt de doorlooptijd voor het realiseren van een bestuurlijke fusie geschat op 3 tot 5 jaar.
Het college opteert mede daarom allereerst voor het realiseren van scenario 1 en ziet scenario 2 als
een daaropvolgend ijkpunt. Wanneer scenario 1 op een zorgvuldige wijze wordt gerealiseerd is de
kans op een succesvolle bestuurlijke fusie het grootst.
Het college pleit daarom in deze fase voor een organisch model, waarin vanuit gezamenlijkheid van
scenario 1 naar 2 wordt toegewerkt. Ervaringen van andere cultuurbedrijven laten zien dat
samenwerkingen vanuit vrijwilligheid kansrijker zijn dan wanneer dit opgelegd wordt.
Waarom niet scenario 3, een ‘juridische fusie’
Scenario 3 acht het college niet opportuun. Een belangrijke reden hiervoor is dat de doorlooptijd voor
het realiseren van een dergelijke fusie wordt geschat op 5 tot 7 jaar (pagina 20). Daarmee kan dit
scenario niet gerealiseerd worden binnen de door de raad gestelde termijn van uiterlijk 1 januari 2028.
Deze doorlooptijd heeft alles te maken met de complexiteit van een dergelijke fusie. Het vraagt
vergaande veranderingen en voorbereidingen vanwege de bestuurlijke en juridische aanpassingen die
nodig zijn. Naast dat er veel tijd nodig is om de zelfstandige partijen samen tot één juridische eenheid
te fuseren, dient rekening te worden gehouden met hoge frictie- en implementatiekosten (pagina 20,
21, 26, 27, 28, 29, 30 en 39). In den lande blijkt vaak sprake van aanmerkelijke kostenstijging in brede
zin bij een dergelijke fusie.
Om scenario 3 te kunnen realiseren dienen hiervoor structureel extra middelen te worden
gereserveerd in de gemeentelijke begroting. Dit lijkt het college niet passend gezien de druk op de
gemeentelijke financiën. Bovendien is al eerder genoemd dat de culturele partijen autonoom zijn in het
bepalen hoe zij zich organiseren. Alleen door een fusie op te leggen via een aangepaste
subsidieregeling kan dit gerealiseerd worden. Dit laatste acht het college in deze fase niet bevorderlijk
voor de samenwerking.
Aan één organisatie subsidie verlenen (beslispunt a)
Uitgaande van scenario 1 als eerste stap voor de uitvoering van het amendement is het college van
mening dat beslispunt a.6 uit het amendement niet (langer) passend en wenselijk is. Zoals in de
raadsinformatiebrief van oktober 2024 staat, vergt deze stap dat de culturele partijen een penvoerder
machtigen die de culturele partijen vertegenwoordigt en de contactpersoon richting de gemeente is (in
het rapport benoemd als ‘doorgeefluik’).
In de praktijk van scenario 1 betekent dit dat je een extra kunstmatige laag (de penvoerder) tussen de
professionele culturele partijen en de gemeente plaatst (pagina 22, 23 en 24). Als gemeente loop je
hiermee het risico om het contact en de voeling met het culturele veld te verliezen. Immers, als
gemeente heb je enkel nog een subsidierelatie en direct contact met de penvoerder over de uitvoering
van het cultuurbeleid. Ter illustratie: nu heeft de gemeente nauw en direct contact met de bibliotheek
over de te realiseren prestatieafspraken. Dit is straks niet meer mogelijk door dit beslispunt. Dan
kunnen gesprekken over het cultuurbeleid, de prestatieafspraken en de subsidies alleen nog maar
met de penvoerder gevoerd worden. Daar heeft de gemeente immers de subsidierelatie mee.
Daarnaast beslist de penvoerder over de verdeling van de middelen tussen de culturele partijen in
plaats van dat de gemeente hierover gaat. Bovendien maakt deze penvoerder (of ‘laag’) personele-
administratieve- en soms ook huisvestingskosten.
Kortom: er blijft minder geld over voor het culturele aanbod en de gemeente verliest haar directe
invloed en sturing op de uitvoering van het cultuurbeleid door het op deze manier te organiseren. Daar
5 G3 is de bibliotheek, de muziekschool en het theater.
6 Beslispunt a: Per 1 januari 2026 nog maar aan één (overkoepelende) Veenendaalse professionele
culturele organisatie subsidie te verlenen voor het cultureel aanbod en programmering;
Pagina 4 van 6
Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Uitvoering amendement één cultuurbedrijf
Zaaknummer 2234791
komt bij dat er nagenoeg geen succesvoorbeelden zijn in het land waar een dergelijk constructie
succesvol is gebleken. Dit alles lijkt het college niet wenselijk.
Beslispunt a. zou ook geïnterpreteerd kunnen worden als een variant op scenario 2 ‘bestuurlijke
fusie’(pagina 22, 23, 24 en 25). In de praktijk zou dit betekenen dat het in de toekomst mogelijk
gefuseerde bestuur van het cultuurbedrijf de centrale coördinatie en aanspreekpunt vormt ten aanzien
van de subsidie. De gemeente bepaalt voor welke activiteiten subsidie wordt verleend, maar het
bestuur bepaalt vervolgens hoe de subsidiemiddelen onderling verdeeld worden tussen de culturele
organisaties die onder dit bestuur vallen. Deze variant heeft meer toegevoegde waarde dan wanneer
een penvoerder wordt combinatie met scenario 1, maar de toegevoegde waarde is sterk afhankelijk
van hoe je dit in de toekomst gaat organiseren (met welke partijen bijvoorbeeld).
Want wanneer bijvoorbeeld alleen de G2 in de toekomst bestuurlijk zou fuseren, blijft er altijd meer
dan één organisatie die subsidie ontvangt voor het culturele aanbod en de programmering. En daarbij
is het ook niet voor de hand liggend dat de kleinere culturele partijen die enkel door vrijwilligers
worden gerund (denk aan het Kunstplatform, de Historische Vereniging Oud Veenendaal) bestuurlijk
mee fuseren.
Ook in het licht van scenario 2 is het geen gegeven dat dit beslispunt kan worden uitgevoerd en
daarbij ook nog eens van toegevoegde waarde zal zijn.
Er zijn allerlei constructies denkbaar om beslispunt a. in te passen, maar deze lijken op dit moment
niet dienstbaar aan het groter geheel en niet passend in de chronologie van het proces zoals het
college die voor ogen heeft. Wel zal het college in het licht van dit transitieproces ook kritisch kijken
naar het subsidieproces, om dit waar mogelijk nog verder te optimaliseren ten behoeve van het
cultureel aanbod en de programmering in Veenendaal.
Samenvattend
Het college spreekt de voorkeur uit voor het realiseren van scenario 2 ‘bestuurlijke fusie’ met als
eerste stap op korte termijn scenario 1 ‘samenwerking in de backoffice’. Hiermee wordt op organische
wijze, in gezamenlijkheid met de culturele organisaties en binnen de gestelde termijn de opbrengsten
van een cultuurbedrijf (onder ‘overwegende dat’ in amendement) gerealiseerd, namelijk:
- een sterker cultureel aanbod en programmering;
- een sterker cultureel profiel;
- meer effectiviteit en efficiency in de bedrijfsvoering en gebruik middelen;
- verdere vormen van samenwerking.
Beslispunt a. uit het amendement één cultuurbedrijf acht het college op dit moment niet passend bij
het proces zoals die in deze memo is geschetst.
Financiële paragraaf
Ongeacht welk scenario tot uitvoering wordt gebracht zijn er extra middelen nodig voor de
implementatie. De implementatiekosten, op basis van een eerste implementatieschets in het
onderzoeksrapport (pagina 34 tot en met 40), verschillen per scenario. De implementatiekosten van
scenario 1 worden geschat tussen de € 165.000,- en € 250.000,- en van scenario 2 tussen € 290.000
en € 400.000,- . Van scenario 3 zijn alleen de implementatiekosten van de eerste twee fasen (initiatie-
en ontwikkelingsfase) in beeld gebracht, omdat hetgeen daar op volgt per jaar afhankelijk is van de
schaal en de ambities. De implementatiekosten van de eerste twee fasen van scenario 3 wordt tussen
de € 350.000,- en € 450.000 geschat.
Frictiekosten zijn in de bedragen hierboven nog niet meegenomen omdat de frictiekosten in deze fase
nog niet bekend zijn. In ieder geval kent scenario 1 geen frictiekosten en zullen deze in het geval van
scenario 3 het hoogst zijn.
De exacte hoogte van de kosten is op dit moment nog niet bekend en zal verschillen afhankelijk van
het gekozen scenario en de inhoudelijke keuzes. In het plan van aanpak, welke in het vierde kwartaal
2025 met de raad gedeeld wordt, worden de implementatiekosten en eventuele frictiekosten van het
gekozen scenario verder uitgewerkt.
Consultatievragen / stellingen
Pagina 5 van 6
Raadsconsultatie memo, Onderwerp: Uitvoering amendement één cultuurbedrijf
Zaaknummer 2234791
Als raad wordt u via deze consultatiememo in de gelegenheid gesteld om op bovenstaande inhoud te
reageren en aan de hand van de hieronder genoemde consultatievragen uw input te geven:
1. Kan de raad zich vinden in de gemaakte afwegingen en de daaruit voortvloeiende richting die
het college wil inslaan voor de uitvoering het amendement?
2. Wat wil de raad aan het college meegeven in de verdere uitvoering van het amendement?
3. Hoe wil de raad in het verdere proces betrokken worden bij de uitvoering van het
amendement?
Communicatie
Niet van toepassing.
Vervolg na consultatie
Zoals in de raadsinformatiebrief van oktober 2024 is aangegeven ontvangt de raad uiterlijk in
december 2025 een plan van aanpak inclusief (frictie-)kosten. Dat wil zeggen: een plan waarin de
uitkomsten van de raadsconsultatie concreet staat beschreven hoe het amendement tot uitvoering
wordt gebracht. Hierin wordende financiële effecten en transitiekosten opgenomen.
Bijlagen
1. Onderzoeksrapport Culturele samenwerking in Veenendaal door Dé Creatie Krachtcentrale
Pagina 6 van 6
Tekst uit PDF geextraheerd